|
Het ministerie van Defensie geeft regelmatig nota’s uit over het beleid dat zij wil gaan volgen. In het verleden waren dat o.a. de Prioriteitennota en de Herijkingsnota. Zo rond de eeuwwisseling heeft deze nota de naam ‘Defensienota 2000’ meegekregen. Wij vroegen Krista van Velzen, medewerkster van de Tweede Kamerfractie van de Socialistische Partij, om te kijken of de inhoud net zo inspiratieloos als de titel was. Kritiek op ‘Defensienota 2000’ In de Defensienota 2000 wordt een beleidslijn uitgestippeld voor de Nederlandse krijgsmacht voor de komende tien jaar. Harry van Bommel, SP Tweede-Kamerlid vindt dat deze nota geen duidelijke visie op de toekomst van de Nederlandse krijgsmacht geeft. Er worden geen duidelijke keuzes gemaakt, doordat vastgehouden wordt aan alle huidige taken zoals de traditionele verdedigingstaak en het uitvoeren van vredesoperaties. Hierdoor is de Defensienota uiteindelijk een voortzetting van het oude kaasschaafbeleid geworden: hier een vliegtuigje er af, daar wat materieel er bij. De SP pleit voor het omlaag schroeven van het militaire ambitieniveau tot maximaal één vredesmissie en het maken van echte keuzes. De SP pleit onder andere voor het afschaffen van de luchtmobiele brigade en de duikbotendienst. De Defensienota 2000 is tot stand gekomen in een tijd dat de Nederlandse krijgsmacht actief deelneemt aan een omstreden militair conflict met Joegoslavië. De opvattingen over stabiliteit, soevereiniteit en humaniteit zijn in die periode aan verandering onderhevig. De Defensienota illustreert de veranderende opvattingen omdat hij hinkt op twee gedachten. Enerzijds wordt vastgehouden aan de traditionele dubbele opdracht van de algemene verdedigingstaak en de vredesoperaties, anderzijds wordt gekozen voor een krijgsmacht die een grotere mate van paraatheid heeft. De SP vraagt zich af hoe realistisch de veiligheidsanalyse is, waarop de omvang van de algemene verdedigingstaak voor de komende tien jaar is gebaseerd. Internationale rechtsorde verdedigen door haar te schenden? Als belangrijke taak naast het verdedigen van eigen grondgebied zet de Nederlandse Krijgsmacht zich ook in voor de verdediging van de internationale rechtsorde. Het nieuwe Strategische Concept van de NAVO opende de deuren naar militaire interventies van de NAVO buiten het verdragsgebied zonder expliciet VN Veiligheidsraadmandaat. Hiermee stelt de NAVO zichzelf boven het geldend internationaal recht, dat stelt dat het gebruik van geweld tussen staten gesanctioneerd dient te worden door een expliciete resolutie van de Veiligheidsraad. In het verlengde van het nieuwe NAVO Strategisch Concept stelt de Defensienota nu dat er situaties zijn waarin mensenrechten zo ernstig en massaal geschonden worden, dat ingrijpen op eigen gezag zonder een resolutie van de VN Veiligheidsraad, door een groep landen als gerechtvaardigd moet worden beschouwd. Kennelijk vindt ook de Nederlandse regering dat de internationale rechtsorde verdedigd kan worden door die te schenden. Negeren VN leidt tot nieuwe spanning Tijdens de Kosovocrisis heeft de SP zich steeds op het standpunt gesteld dat een interventie zonder VN-mandaat niet alleen onrechtmatig is maar ook onverantwoord. Zij hebben een destabiliserende werking in de regio maar ook in de wereld. Op het moment dat het vetorecht een verlammende werking heeft op het functioneren van de Veiligheidsraad, duidt dat op een diep meningsverschil tussen grootmachten. Het is dan ook struisvogelpolitiek hier zonder meer overheen te stappen en te opereren zonder VN mandaat. Allied Force illustreerde de destabiliserende werking van een niet gesanctioneerde militaire interventie. Door de Kosovo-oorlog werden de diplomatieke contacten tussen de Russische Federatie en het Westen bevroren en trok men zich terug uit het Partnership for Peace. Eind vorig jaar veranderde de Russische Federatie het Nationale Veiligheidsconcept door toe te voegen dat men bereid is kernwapens in te zetten in iedere, met het oog op de nationale veiligheid, kritieke situatie. De oplopende spanning tussen de Russische Federatie en het Westen is een van de keerzijdes van militaire interventies waarmee de NAVO en dus de Nederlandse regering, wel degelijk rekening had moeten houden. Nederland en Europa kernwapenvrij! In de Defensienota wordt net als in het nieuwe Strategisch Concept van de Navo vastgehouden aan de nucleaire doctrine die wordt gezien als essentieel middel om de vrede te bewaren. Die doctrine leidt ertoe dat ook andere landen belang hechten aan instandhouding of ontwikkeling van een nucleaire macht. De Nederlandse regering zou in NAVO-verband een voortrekkersrol in de discussie over kernontwapening. Er moet zo snel mogelijk openheid komen over de locatie en hoeveelheid kernwapens die in Nederland aanwezig zijn, als eerste stap naar het uitroepen van Nederland als kernwapenvrij land en Europa als kernwapenvrije zone. Daarnaast moet de legitimiteit van het Strategisch Concept bekeken worden. Zo is mogelijk Artikel 46 uit het Strategisch Concept, waarin aangegeven wordt dat kernwapens essentieel zijn om de vrede te bewaren, in strijd met artikel 6 van het Non-Proliferatieverdrag dat stelt dat die staten die het verdrag ondertekenen een verplichting hebben om onderhandelingen te voeren die leiden tot complete kernontwapening onder strikte en effectieve internationale controle. Door deze expliciet aangegeven onwil van de NAVO om tot complete kernontwapening te komen, worden de fundamenten onder het NPV weggeslagen. Dat terwijl de Amerikaanse Senaat het kernstopverdrag heeft verworpen, India en Pakistan in een nucleaire wapenwedloop verwikkeld zijn, en het Russische nucleaire beleid recentelijk is aangescherpt. Geen geld voor Euroleger De inkt van de defensiebegroting is amper droog of de minister claimt in de media extra geld voor het opbouwen van het Euroleger. Over wat dat Euroleger nu precies moet gaan voorstellen zijn de deskundigen het bepaald niet eens. Ook de voorzitter van de Europese Commissie, Romano Prodi, van wie je toch zou mogen verwachten dat hij weet waar hij over praat, joeg vlak voor de behandeling van de Defensienota, tijdens een bezoek aan Litouwen iedereen de gordijnen in met de opmerking dat ‘een aanval op een EU lidstaat zou worden beschouwd als een aanval op de hele EU’. Hij ziet het Euroleger overduidelijk als een collectieve defensie-organisatie, terwijl de rest van de wereld er vanuit ging dat deze rol nou juist typisch van de NAVO zou blijven. De Duitse generaal Naumann, tot vorig jaar voorzitter van het militaire comité van de NAVO stelt dat een Europese interventiemacht met zestigduizend soldaten onmogelijk in 2003 gerealiseerd kan worden, en dat daar minstens tien jaar voor nodig is. Ook Javier Solana, als hoge vertegenwoordiger voor het buitenlands beleid van de EU verantwoordelijk voor de opbouw van een Europese defensiemacht gaf toe dat het met de huidige budgetten onmogelijk is om de doelstelling te verwezenlijken. De SP heeft helemaal geen behoefte aan nog een leger er bij. Het Nederlands-Duits legerkorps bijvoorbeeld, een primaire vorm van Europese samenwerking, mag ook opgeheven worden. Kindsoldaten in Nederlandse krijgsmacht? Behalve de missie van de krijgsmacht staat door deze Defensienota ook het personeelsbeleid ter discussie. Om de enorme werkdruk te verlagen doet de minister enkele concrete voorstellen. Ten eerste zouden er 2.100 parate functies bij moeten komen. Gezien de wervingsproblemen lijkt dit een zeer moeilijke opgave. Dat probleem wordt niet alleen veroorzaakt door de druk op de arbeidsmarkt maar ook door het groeiend besef dat een baan in het leger vrijwel zeker uitzending naar oorlogsgebied betekent. Slechts weinig jongeren zien het zitten om met een onduidelijke militaire en politieke opdracht in een onbekend deel van de wereld een rol te gaan spelen in conflicten waar ze zelf de historie maar nauwelijks van kennen. Gezien het wervingsprobleem lijkt het een logische zet om het bestaande personeel langer aan de Krijgsmacht te willen binden door het verhogen van de pensioensgerechtigde leeftijd. Dergelijk beleid vormt wel een ondubbelzinnige antireclame voor een baan bij de krijgsmacht. Het wervingsprobleem leidt er ook toe dat de aandacht blijft uitgaan naar jonge rekruten. In strijd met een door de Kamer aangenomen motie heeft de Nederlandse regering bij de onderhandelingen in Genève over het aanvullend protocol bij het Verdrag van de Rechten voor het Kind de inzet voor het verhogen van de leeftijdsgrens voor rekrutering naar 18 jaar niet gesteund. Zelfs 16-jarigen worden via het onderwijs geïnteresseerd voor een baan bij de Krijgsmacht. Hoe lang blijft de regering het principiële leeftijdsvraagstuk ondergeschikt maken aan het wervingsprobleem? Defensienota 2000 onevenwichtig Het debat over de toekomst van Defensie gaat te vaak over het al dan niet afstoten van een fregat, een gevechtsvliegtuig of tanks. Die discussie is echter slechts een afgeleide van de essentiële vraag welke verantwoordelijkheid de krijgsmacht op zich moet nemen op grond van een gedegen veiligheidsanalyse. Op basis van politieke haalbaarheid en in een poging iedereen, niet op de laatste plaats de krijgsmachtdelen zelf, te vriend te houden, wordt er geredeneerd vanuit de bestaande krijgsmacht en gevestigde belangen. Dat leidt niet tot een evenwichtig beleid. Al met al is de Defensienota een onvoldragen nota geworden en ligt er een beleidsvisie aan ten grondslag die niet de verwachte houdbaarheidstermijn van tien jaar zal hebben. Door het verschil tussen politieke ambitie en militaire potentie zal het debat over de krijgsmacht ook na vandaag nog veel langer voortduren. Krista van Velzen, vredesactiviste en medewerkster SP Tweede Kamerfractie.
|